Er staan duizenden trackers genoteerd, maar de vraag "welke ETF kopen" is beter beheersbaar dan ze lijkt. Zodra je een handvol criteria begrijpt, valt het merendeel vanzelf af. Hieronder de factoren die er echt toe doen, gevolgd door een nuchter stappenplan en de fouten die beleggers het vaakst maken.
Dit is de belangrijkste keuze, belangrijker dan het merk of de kostprijs. Een ETF is een verpakking rond een index. Wat er in die index zit, bepaalt waarin je belegt. Een wereld-ETF spreidt over duizenden bedrijven in ontwikkelde en soms opkomende markten, wat concentratierisico sterk vermindert. Een sector- of landen-ETF (bijvoorbeeld enkel technologie of enkel Belgische aandelen) doet het omgekeerde: je zet in op een smal segment.
Voor de meeste langetermijnbeleggers is brede spreiding het startpunt. Controleer daarom hoeveel posities in de index zitten, hoe zwaar de grootste namen wegen, en welke regio's en sectoren aan bod komen. Twee ETF's met een verschillende naam kunnen sterk overlappen als ze dezelfde grote indexen benaderen. Meer over de bouwstenen lees je in ons ETF-overzicht.
De Total Expense Ratio is het jaarlijkse kostenpercentage dat het fonds inhoudt op je vermogen. Het verschil tussen 0,07% en 0,45% lijkt klein, maar over tientallen jaren tikt het aan door het samengestelde effect. Bij brede indexfondsen is een lage TER haalbaar en zinvol. Let wel: TER dekt niet alles. Spread (verschil tussen aan- en verkoopkoers), de tracking difference (hoe nauw de ETF de index echt volgt) en transactiekosten bij je broker horen er in de praktijk bij.
Een uitkerende (distributing) ETF stort de dividenden periodiek uit op je rekening. Een herbeleggende (accumulating) ETF herbelegt ze automatisch binnen het fonds. Fiscaal en praktisch is dit onderscheid in Belgie relevant. Wie inkomen wil zien binnenkomen, kiest vaak uitkerend, eventueel via een gerichte dividend-ETF. Wie in de opbouwfase het maximale samengestelde effect wil, neigt naar herbeleggend. Er is geen universeel juist antwoord: het hangt af van je doel en je belastingsituatie. Fiscale regels kunnen wijzigen en zijn te controleren bij een betrouwbare bron; laat je hierover informeren voor je kiest.
Kijk naar het beheerd vermogen (AUM) van het fonds. Zeer kleine ETF's lopen meer kans om samengevoegd of stopgezet te worden, wat je dwingt tot een verkoop op een moment dat je niet zelf kiest. Een ruim fonds met veel handelsvolume heeft doorgaans een krappere spread, waardoor je in- en uitstappen goedkoper is. Een gevestigde brede tracker zoals de iShares Core MSCI World illustreert waar veel beleggers om die reden naar kijken: grote omvang en vlotte verhandelbaarheid.
Het land waar de ETF juridisch gevestigd is, beinvloedt hoe efficient buitenlandse dividenden belast worden voordat ze bij het fonds aankomen. Ierse fondsdomicilie is bij Europese beleggers courant vanwege verdragen die bronbelasting op bepaalde stromen verlagen. Dit speelt vooral bij aandelen-ETF's met veel Amerikaanse posities. Het is een technisch punt, maar het verklaart waarom twee ogenschijnlijk identieke wereld-ETF's een licht verschillend nettorendement kunnen halen.
Een ETF kan de index fysiek volgen (de onderliggende aandelen daadwerkelijk kopen, volledig of via een steekproef) of synthetisch (via een swap met een tegenpartij). Fysiek is transparant en intuitief. Synthetisch kan de index soms nauwer volgen, maar voegt tegenpartijrisico toe. Voor wie het eenvoudig wil houden, is fysieke replicatie een verdedigbare standaardkeuze.
De kortste samenvatting: begin bij de index en je doel, kies dan een groot, goedkoop en goed verhandelbaar fonds, en weersta de neiging om het te compliceren. Wil je verder verdiepen, vergelijk dan gerust een paar brede wereld-ETF's naast elkaar op de bovenstaande criteria.
Dit artikel is financiele informatie en journalistiek, geen gereglementeerd beleggingsadvies.